Gedragsregels

Een veilige vereniging

Onze volleybalvereniging Ti-Volley wil niet alleen een sportieve en gezellige club zijn, we willen ook een “veilige” vereniging zijn. Dat betekent dat we van leden, trainers, coaches, ouders en supporters vragen een positieve bijdrage te leveren aan een veilig klimaat en goede omgangsvormen.

Dit klinkt vrijblijvender dan het is. 

Het Bestuur Ti-Volley neemt incidenten die gepaard gaan met verbaal en fysiek geweld, pestgedrag of seksuele intimidatie uiterst serieus. Daarom heeft Ti-Volley gekozen voor het aanstellen van een vertrouwenscontactpersoon. Bij hen kun je terecht over vragen die te maken hebben met grensoverschrijdend gedrag. Om ongewenste omgangsvormen te voorkomen zal de vereniging zich conformeren aan de gedragsregels opgesteld door het NOC*NSF. Meer over sport en integriteit vind je hier.

Ongewenst gedrag

Als volleybalvereniging willen we alle leden veilig en met plezier laten sporten. De zorg voor een veilige omgeving is daarbij essentieel. We willen immers een situatie scheppen waarin sporters kunnen groeien en bloeien. Elke zaak van grensoverschrijdend gedrag is er een teveel! Het is daarom belangrijk om adequaat te reageren als het gebeurt. Maar het is zeker zo belangrijk om ook maatregelen te nemen om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen hoort daarbij. Wanneer je te maken krijgt met grensoverschrijdend gedrag is dat een teken dat de (sport)omgeving niet veilig meer is. Het kan veel emoties en vragen oproepen, ook als je er niet zelf het slachtoffer van bent, maar het ziet gebeuren. Blijf er niet mee rondlopen! Signaleer het en praat erover met iemand in wie je vertrouwen hebt. Direct signaleren en het in de openbaarheid brengen van grensoverschrijdend gedrag kan herhaling of het verergeren van de situatie voorkomen. Als je zelf te maken hebt (gehad) met grensoverschrijdend gedrag is het allereerst belangrijk dat je er niet alleen mee blijft rondlopen. Erover praten is vaak moeilijk. Bekijk hoe je kunt zorgen dat het gedrag niet meer plaatsvindt. Kun je zelf aan de pleger duidelijk maken dat je niet van zijn gedrag of opmerkingen gediend bent? Of kun je er met iemand over praten met iemand die je vertrouwt. Binnen onze vereniging is helaas (nog) geen Vertrouwenscontactpersoon beschikbaar om je verhaal kwijt te kunnen. Een vriend of vriendin, teamgenoot of iemand anders in de vereniging. Probeer samen op een rijtje te krijgen wat er gebeurt en wat je zou kunnen doen om de situatie te doorbreken. Als je liever met een onbekende wilt praten, kun je contact opnemen met het Vertrouwenspunt Sport van NOC*NSF of de Vertrouwencontactpersoon van onze sportbond, de Nevobo. Je kunt daar je verhaal kwijt en je krijgt er deskundig advies. Als je wilt, krijg je ondersteuning van een van de vertrouwenspersonen of adviseurs van NOC*NSF. Zij zijn onafhankelijk, kennen de sportwereld en zijn opgeleid om vertrouwenswerk in de sport te doen. Ze helpen je om de juiste stappen te zetten. (De begeleiding is uiteraard kosteloos). Het Vertrouwenspunt Sport is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 08.00 tot 22.00 uur en op zaterdag van 12.00 tot 16.00 uur. Het nummer is 0900 – 202 55 90 (€ 0,10 per minuut). E-mail: Vertrouwenspuntsport@nocnsf.nl. Voor alle informatie zie www.nocnsf.nl/vertrouwenspuntsport.

Vertrouwenscontactpersoon Ti_Volley

De vertrouwenspersoon van Ti-Volley is Elke Ten Dam Scholte Lubberink. Elke is telefonisch bereikbaar via telefoonnr. 6 10 33 90 36 of via email: elkescholtelubberink@hotmail.com.

Grensoverschrijdend Gedrag

Sporten en grensoverschrijdend gedrag. Ze zouden geen enkele relatie met elkaar moeten hebben. Maar helaas is dat niet waar. Ook binnen de sportwereld vinden incidenten plaats variërend van seksueel getinte opmerkingen tot aanrandingen, pesten, bedreigingen, discriminatie, mishandeling en belediging. Met grensoverschrijdend gedrag bedoelen we omgangsvormen die door de persoon, die het ondergaat als gedwongen en/of ongewenst wordt ervaren. Grensoverschrijdend gedrag in de sport is elke vorm van gedrag of toenadering, in verbale, non verbale, digitale of fysieke zin, die:
  • door de persoon, die het ondergaat als gedwongen en/of ongewenst wordt ervaren en/of
  • als doel of gevolg heeft de waardigheid van de persoon aan te tasten én
  • plaatsvindt onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het beoefenen van de sport waar de spelregels/reglementen niet in voorzien.
In het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende, sociaal onveilige, of kwetsende situatie wordt gecreëerd, waaronder mede begrepen seksueel misbruik, discriminatie, pesten, mishandeling. Wanneer we het hebben over grensoverschrijdend gedrag is de ervaring van de sporter leidend. Dit wil zeggen dat wanneer een sporter zegt ongewenst gedrag te ervaren deze uiting serieus genomen moet worden. Globaal gezien onderscheiden we de volgende gedragingen als grensoverschrijdend gedrag:

1.Seksuele Intimidatie

Onder seksuele intimidatie wordt verstaan: enige vorm van ongewenst verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie (duiding) dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd. Onder seksuele intimidatie, zoals vermeld in lid 1, zijn mede begrepen de in de artikelen 239 t/m 250 (Titel XIV: Misdrijven tegen de zeden) van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gestelde feiten. (bron: blauwdruk SI) Cijfers en feiten: Op het gebied van seksuele intimidatie zijn inmiddels vele bonden actief en er zijn veel preventieve en repressieve instrumenten in de sport. De precieze aantallen incidenten van seksuele intimidatie in de sport zijn niet bekend. Bij het telefonische Hulplijn van NOC*NSF (die per 20 mei 2014 opgaat in het Vertrouwenspunt Sport) worden jaarlijks tussen de 80-100 meldingen van seksuele intimidatie geregistreerd. Dit is zeker niet een goede weergave van het werkelijk aantal incidenten, dat ligt zeker hoger. Meldingen van seksuele intimidatie gaan jaarlijks vanuit gemiddeld 20 verschillende takken van sport. In 70 procent van de meldingen is het slachtoffer een vrouw, in 30 procent een man. De aard van de meldingen varieert van verbale intimidatie en niet-functionele of ongewilde aanrakingen tot aanranding, verkrachting en langdurig seksueel misbruik. Een derde van alle meldingen bestaan uit deze laatste drie categorieën. Van deze slachtoffers is 95 procent jonger dan 20 jaar en 60 procent zelfs jonger dan 16 jaar. In bijna alle gevallen van seksuele intimidatie bij vrouwen/meisjes en mannen/jongens wordt een mannelijke begeleider beschuldigd. Voor meer informatie over het tegengaan van Seksuele Intimidatie in de sport, klik hier. (http://www.nocnsf.nl/grensoverschrijdendgedrag/seksuele-intimidatie)

2. Pesten

Pesten betreft alle vormen van intimiderend gedrag met een structureel/herhalend karakter waarbij één of meer personen proberen een andere persoon fysiek, verbaal of psychologisch schade toe te brengen, waarbij de andere persoon zich niet kan verdedigen tegen dit gedrag. Relatief nieuwe manier van pesten is het digitaal pesten.

3. Bedreigen

Pesten, discriminatie en/of belediging wordt bedreigen wanneer de andere persoon er bang van wordt en het een gevoel van onveiligheid veroorzaakt. In tegenstelling tot pesten is bedreiging wél strafbaar. Aan bedreiging hoeft niet altijd stelselmatig pesten, discriminatie of belediging vooraf te gaan. (op basis van NJI, kindertelefoon & meldknop.nl, arboportaal.nl) Aan deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend.

4. Discriminatie

Discriminatie is het ongelijk behandelen en achterstellen van mensen op basis van kenmerken die er niet toe doen in een situatie. Er zijn 11 gronden van discriminatie: leeftijd, seksuele gerichtheid, godsdienst en levensovertuiging, etniciteit, geslacht (gender), nationaliteit, handicap of chronische ziekte, politieke overtuiging, burgerlijke staat, soort contract, arbeidsduur. (bron: www.discriminatie.nl, movisie)

5. Mishandeling

Mishandeling is het buiten de spel- en/of wedstrijdsituatie gebruiken van niet functioneel fysiek of psychisch geweld (zoals mishandeling, slaan van, trappen van, het geven van een kniestoot, het toedienen van een kopstoot, het geven van een elleboogstoot, etc.) dan wel het zeer ernstig bedreigen met concreet fysiek en psychisch gewelddadig handelen. (O.b.v. KNVB, arboportaal)

6. Belediging

Belediging kan verbaal, via gezichtsuitdrukking of met gebaren plaatsvinden (bedoeld & onbedoeld). Het wordt ernstige belediging als het gaat om het opzettelijk aanranden van iemands eer of goede naam, op beledigende wijze, onafhankelijk van de juistheid van de betichting. Belediging van een ambtenaar in functie is strafbaar en ook als het slachtoffer een klacht indient. (bron: op basis van juridisch woordenboek, wiki

Voor jongeren

Volleyballen is heerlijk! Je kunt er al je energie in kwijt. Het is vaak spannend en gezellig en je voelt je er goed door. Maar soms gebeurt er iets waardoor de lol eraf gaat.

Het moet wél leuk blijven

Als je wordt lastiggevallen bijvoorbeeld. Als iemand steeds opmerkingen maakt waarvan je baalt. Grappen over je lijf. Of als iemand aan je zit, terwijl je dat niet wilt. Dat soort aandacht noemen we seksuele intimidatie. Het mag niet. Waarom niet? Omdat jij het niet wilt! ‘Hé, dat shirt zit mooi strak, zeg!’ ‘Zo, jij ziet er lekker uit vandaag!’ ‘Kan jij goed zoenen?’ ‘Stevige billen heb jij in dat broekje!’

Kappen nou!

Stomme opmerkingen die misschien je ene oor in-, en je andere oor uitgaan. Maar ze kunnen ook in je hoofd blijven zitten. Je gaat je er dan rot door voelen. Soms gaat het verder dan alleen opmerkingen. Als je trainer of begeleider je bijvoorbeeld aanraakt op plaatsen waar dat echt niet nodig is. Of steeds toevallig komt binnenlopen als jij onder de douche staat of je omkleedt. Of je uitgebreid knuffelt en zoent als je een wedstrijd wint. Dan heb je geen lol meer in sporten en kom je misschien liever niet meer. En dat is natuurlijk niet de bedoeling. De bedoeling is dat die ander ophoudt jou lastig te vallen! ‘Hij bedoelt het gewoon aardig…’ ‘Ik had ook de deur op slot moeten doen…’ ‘Ik moet blij zijn dat hij mij wil trainen…’ ‘Misschien is het wel normaal…’

Jíj bepaalt wat er mag!

En zo zijn er nog wel honderd excuses te bedenken. Maar voor seksuele intimidatie ís geen excuus. Het is nooit jouw schuld. Als jij het niet wilt, is de ander altijd fout. Het gaat om jouw lijf, dus jíj bepaalt wat je oké vindt. Dat is niet voor iedereen hetzelfde. Jij bent de enige die weet wat je wel en niet goed vindt. En daar moet iedereen naar luisteren. Je teamgenoten, je coach, je trainer, iedereen. Als je wordt lastiggevallen, moet je sportvereniging daar iets aan doen. Daarom zijn er regels afgesproken met de trainers en begeleiders. Zij moeten zich daaraan houden. Die afspraken zijn er voor jouw veiligheid. Jij moet je veilig kunnen voelen en niet worden lastiggevallen op de club, of tijdens een trainingskamp. Het belangrijkste is dat er niets gebeurt dat jíj niet wilt. ‘Ze vinden vast dat ik me aanstel…’ ‘Als ik iets zeg, schopt-ie me uit het team…’ ‘Ik schaam me dood…’ ‘Niemand zal me geloven…’

Je kunt er iets tegen doen!

Als je wordt lastiggevallen op de sportclub vind je het misschien heel moeilijk om er iets van te zeggen. Toch is het belangrijk om dat wél te doen. Misschien heeft degene die jou lastigvalt niet eens door hoe vervelend het voor jou is. Als je dat zegt, dan zal hij waarschijnlijk ‘sorry’ zeggen, en het niet meer doen. Maar soms helpt praten niet, of ben je bang om voor jezelf op te komen. Blijf er niet over zwijgen! Zoek zo snel mogelijk iemand aan wie je het wél kan vertellen! Vertel het aan iemand die je vertrouwt. Je vader of je moeder bijvoorbeeld. Of een vriend of een vriendin. Of iemand op de club. Als iemand anders ook weet wat er gebeurt, kun je er samen iets aan doen. Weet je niemand aan wie je het kunt vertellen of praat je er liever niet met een bekende over? Bel dan de NOC*NSF hulplijn voor seksuele intimidatie in de sport: nummer 0900-2025590. Je kunt dan in vertrouwen met iemand praten en advies krijgen over wat je kunt doen. Daarbij kun je ondersteuning krijgen van een speciale vertrouwenspersoon vanuit NOC*NSF. Dat is iemand die jou helpt om ervoor te zorgen dat je niet meer wordt lastiggevallen. Daaraan werk je dan samen. Deze vertrouwenspersoon doet alles in overleg met jou en doet niets wat jij zelf niet wilt. Deze hulp is gratis.

Vertrouwenscontactpersoon Ti-Volley

De vertrouwenspersoon van Ti-Volley is Elke Ten Dam Scholte Lubberink. Elke is telefonisch bereikbaar via telefoonnr. 6 10 33 90 36 of via email: elkescholtelubberink@hotmail.com.

Voor ouders

Als ouder van een of meer sportende kinderen weet je als geen ander wat ‘de club’ voor hen kan betekenen. Voor veel kinderen en jongeren is de sportvereniging niet alleen de plek waar zij trainen. Ze gaan er ook heen voor de gezelligheid, de aandacht, en om plezier te maken met hun sportvrienden. Sportverenigingen doen er vaak veel aan om sporten leuk en veilig te houden. Een veilige omgeving waarborgen door aandacht te hebben voor een open en positieve atmosfeer en door duidelijke afspraken over omgangsvormen te maken, is daarbij van groot belang. Dit is belangrijk omdat daardoor bijvoorbeeld ongewenste omgangsvormen minder kans krijgen, bespreekbaar zijn en snel kunnen worden aangepakt. Een van die ongewenste omgangsvormen is seksuele intimidatie. Hieronder lees je er meer over. Ook kun je zien welke rol je als ouder kunt vervullen bij het signaleren en voorkómen van seksuele intimidatie in de sport. ‘Hij ging na het trainen altijd even met de trainer mee naar huis om iets te drinken. Maar ik heb me vaak afgevraagd of dat wel goed was.’

Wat is seksuele intimidatie?

Onder seksuele intimidatie verstaan we: elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, die door de persoon die het ondergaat als ongewenst of gedwongen wordt ervaren. Dat laatste deel van de zin is erg belangrijk. De grenzen van wat ‘gewenst’ en ‘ongewenst’ is, verschillen per persoon. De een lacht mee met dubbelzinnige grappen, de ander voelt zich er behoorlijk ongemakkelijk onder. Wat voor het ene kind een bemoedigend klopje is, zal een ander opvatten als een vervelende en onnodige aanraking. Een veel minder ‘grijs gebied’ is seksueel misbruik. Die term wordt gebruikt als het gaat om seksuele handelingen door volwassenen met kinderen onder de zestien jaar. Ook misbruik begint vaak met een ‘onschuldig’ voorval, een grap of een verdwaalde hand.

Machtsverschillen

Vooral in verhoudingen met machtsverschillen kan seksuele intimidatie voorkomen. In een sportvereniging zijn er machtsverschillen door bijvoorbeeld leeftijd (volwassene tegenover kind), positie (trainer tegenover sporter) of getal (groep tegenover kind). Het is daarom van belang dat de sportvereniging extra aandacht besteedt aan het maken van afspraken over hoe mensen in dergelijke gevallen met elkaar omgaan. De vertrouwensrelatie tussen trainer/coach en sporters is de basis voor een goede sportprestatie, maar maakt de sporter ook kwetsbaar en afhankelijk. Natuurlijk geldt dit voor alle vertrouwensrelaties binnen de sportvereniging.

Kwetsbaar

Vooral jonge sporters zijn kwetsbaar als het gaat om seksuele intimidatie. Zij herkennen seksueel gedrag niet snel als misbruik en hebben veel minder mogelijkheden tot verweer dan volwassenen. Zij kennen ook vaak hun eigen grenzen niet goed of weten die niet aan de ander duidelijk te maken.

Ambitieus

Als een jonge sporter ambitieus is en talenten heeft die in de sportvereniging worden herkend, is de afhankelijkheid van een trainer of coach nog sterker dan gewoonlijk het geval is. Het stellen van eigen grenzen is dan nog lastiger omdat er meer op het spel staat en dus meer te verliezen valt. ‘Ze heeft het sporten altijd heel fijn gevonden. Ging met plezier naar de trainingen en kwam altijd enthousiast thuis. Ineens wilde ze niet meer naar de training. Ze gedroeg zich stil en teruggetrokken en werd kwaad als wij vonden dat ze toch moest gaan.’

Signalen

Als je kind wordt lastiggevallen op de sportvereniging heeft dat vaak gevolgen voor het enthousiasme en het plezier waarmee het kind sport. Gedragsveranderingen zijn een duidelijk signaal dat er iets aan de hand is. Deze signalen kunnen door van alles komen; het kan gewoon een ‘dipje’ zijn, maar ook het gevolg van vervelende ervaringen. Soms vertellen kinderen ook dat er iets gebeurt dat ze niet prettig vinden. Andere kinderen geven weer signalen via lichamelijke klachten. Het is van belang dat u dergelijke signalen serieus neemt en in een gesprek met uw kind onderzoekt wat er aan de hand is. Dat is natuurlijk ook de verantwoordelijkheid van de sportvereniging, maar als ouder zie je zoiets waarschijnlijk het eerst.

Wat kun je doen?

Als ouder kun je een actieve rol vervullen bij het voorkómen en vroegtijdig signaleren van seksuele intimidatie. Dat kan door met je kind te praten over zaken als lichamelijk contact en het in dat verband voelen en stellen van eigen grenzen. Daarnaast kun je door actief betrokken te zijn bij de sportactiviteiten van je kind en de sportvereniging je bijdrage als ouder leveren aan een veilig klimaat en de juiste omgangsvormen.

Vragen, twijfels en klachten

Blijf niet zitten met vragen, twijfels en klachten. Als je bijvoorbeeld naar aanleiding van signalen in het gedrag van je kind zelf vragen hebt waarop je geen antwoord weet, neem dan contact op met de NOC*NSF hulplijn voor seksuele intimidatie in de sport. Leg je vragen voor aan het meldpunt; op basis daarvan krijg je advies over wat de mogelijkheden zijn om tot een goede aanpak te komen. Het telefoonnummer van de hulplijn staat verderop in de folder vermeld. Er is een poule van vertrouwenspersonen en adviseurs van NOC*NSF die je met raad en daad terzijde kunnen staan. Dit gebeurt strikt vertrouwelijk, en er zijn geen kosten aan verbonden.

Gedragsregels

De sportbonden in Nederland nemen seksuele intimidatie serieus. NOC*NSF heeft gedragsregels voor sportbegeleiders opgesteld. Die regels zijn door alle landelijke sportbonden onderschreven. De regels zijn gemaakt om de risico’s op ongewenst gedrag in de relatie pupil en trainer te verkleinen en ze fungeren als toetssteen voor het gedrag van begeleiders en sporters in concrete situaties. Hieronder vindt u de elf gedragsregels die worden onderschreven door alle landelijke sportorganisaties die zijn aangesloten bij NOC*NSF.
  • De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de sporter zich veilig voelt.
  • De begeleider onthoudt zich ervan de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast, én verder in het privé-leven van de sporter door te dringen dan nodig is voor het gezamenlijk gestelde doel.
  • De begeleider onthoudt zich van elke vorm van (machts)misbruik of seksuele intimidatie tegenover de sporter.
  • Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik
  • De begeleider mag de sporter niet op een zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.
  • De begeleider onthoudt zich van seksueel getinte verbale intimiteiten.
  • De begeleider zal tijdens training(sstages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter en met de ruimte waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer.
  • De begeleider heeft de plicht de sporter te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van seksuele intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken, opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.
  • De begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook de begeleider aanvaardt geen financiële beloning of geschenken van de sporter die in onevenredige verhouding tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering staan.
  • De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels worden nageleefd door iedereen die bij de sporter is betrokken. Indien hij gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze regels zal hij de betreffende persoon daarop aanspreken.
  • In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.
Ti-Volley wil deze regels (jaarlijks) onder de aandacht van de trainers en begeleiders brengen.

Voor bestuurders

Als bestuurder wil je de zaken binnen je sportvereniging goed op orde hebben. De zorg voor een veilige omgeving is daarin essentieel. Je wilt immers een situatie scheppen waarin sporters kunnen groeien en bloeien. Maatregelen nemen om seksuele intimidatie te voorkomen hoort daarbij. En voorbereid zijn om adequaat om te gaan met de gevolgen, als het toch gebeurt. Jaarlijks komen verschillende zaken van seksuele intimidatie voor in de sport. Sommige zaken blijven alleen in een kleine kring van direct betrokkenen bekend. Echter steeds vaker is er een risico op publiciteit voor het slachtoffer, de sportvereniging, het verenigingsbestuur, de sportbond en de sport in het algemeen. Het heeft vaak ingrijpende gevolgen voor zowel de slachtoffers als de sportomgeving. Voor de sport geldt dat we iedere zaak van seksuele intimidatie er een teveel vinden! De sport moet alle mogelijke maatregelen gebruiken om seksuele intimidatie te voorkomen.

Stap 1: Zet het onderwerp op de agenda.

Deze stap gaat om bewustwording: seksueel misbruik kan ook in jouw sportvereniging plaatsvinden. Als bestuur heb je de taak om de kans hierop zo klein mogelijk te maken. Daarom is het belangrijk het onderwerp op de agenda te zetten.

Stap 2: Maak een risicoanalyse.

Een belangrijke stap bij de preventie van seksuele intimidatie is het maken van een risicoanalyse. Bij een risicoanalyse gaat het erom te kijken wie wanneer en waar in de gelegenheid is grensoverschrijdend gedrag te vertonen en wie wanneer en waar kwetsbaar is voor seksueel misbruik. Bewustzijn van het bestuur en vrijwilligers en de cultuur van de organisatie zijn daarbij ook belangrijk.

Stap 3: Stel omgangsregels op met je leden.

Binnen sportverenigingen heb je te maken met intimiteit. Bij veel activiteiten is er sprake van lichamelijk contact. Gedacht kan worden aan het stoeien, in kleine ruimten vertoeven en het douchen in gemeenschappelijke ruimten. Het actief hanteren en uitdragen van omgangsregels helpt om overschrijding van grenzen te voorkomen.

Stap 4: Besteed aandacht aan de ‘Gedragsregels begeleiders in de sport’.

Omgangsregels kunnen gezien worden als algemene uitgangspunten voor gedrag. In de sport is de relatie tussen de trainer en de sporter erg belangrijk. Daarom heeft de georganiseerde sport gedragsregels vastgesteld, gericht op trainers, coaches, kaderleden etc. (verder in de tekst begeleider genoemd). De gedragsregels maken deel uit van het Tuchtreglement van de sportbond. Ze geven aan waar de grenzen liggen in het contact tussen begeleider en sporter. (Gedragsregels zijn opgenomen in de toolkit voor sportverenigingen- download: zie onder aan tekst).

Stap 5: Stel een Vertrouwenscontactpersoon (VCP) aan.

Wat is een VCP? De VCP is binnen de sportvereniging het eerste aanspreekpunt voor iedereen die te maken heeft met seksuele intimidatie of ander ongewenst gedrag en hier met iemand over wil praten. De VCP is beschikbaar voor iedereen die opmerkingen of vragen hierover heeft of die over een concreet incident een gesprek wil met de sportvereniging. De VCP is er voor sporters, ouders van sporters, toeschouwers, kaderleden, vrijwilligers, bestuur, etc.

Stap 6: Bepaal hoe om te gaan met aanstellingen van vrijwilligers.

Het is raadzaam om nieuwe vrijwilligers te screenen. Zedendelinquenten herken je niet aan hun uiterlijk. Vaak zijn het heel voorkomende en aardige mensen die zich binnen korte tijd onmisbaar weten te maken. Het is bekend dat plegers van seksuele intimidatie situaties opzoeken waarin makkelijk contact gelegd kan worden met minderjarigen. Daarbij maken ze gebruik van de welwillendheid en het vertrouwen binnen een sportvereniging. Denk bij screenen aan:
  • Kennismakingsgesprek
  • Referenties checken
  • Verklaring Omtrent Gedrag (VOG)
  • Gedragsregels ondertekenen
  • Bevragen registratiesysteem seksuele intimidatie

Stap 7: Informeer betrokkenen over het beleid.

Informeer iedereen die betrokken is bij je sportvereniging over het beleid omtrent seksuele intimidatie en de preventie daarvan. Zorg dat het voltallige kader de gemaakte afspraken kent. Stel ook leden en ouders op de hoogte. Betrek ze waar mogelijk in de besluitvorming en zorg uiteindelijk voor heldere voorlichting over de noodzaak van preventief beleid. Bovenstaande stappen worden in detail beschreven in de Toolkit Beleid Seksuele Intimidatie voor sportverenigingen. Te downloaden via deze link.

Hulplijn

De NOC*NSF hulplijn seksuele intimidatie in de sport is op werkdagen bereikbaar van 8 tot 22 uur en op zaterdag van 12 tot 16 uur. Het telefoonnummer is 0900 202 5590 (10 cent per minuut).

Vragen

Voor vragen over het beleid tegen seksuele intimidatie in de sport kunt u contact opnemen met: NOC*NSF, afdeling Sportparticipatie, telefoon 026-4834742 of via email: hulplijn@noc-nsf.nl.

Wie is de Vertrouwenscontactpersoon?

De vertrouwenscontactpersoon van Ti-Volley is Elke Ten Dam Scholte Lubberink. Elke is telefonisch bereikbaar via telefoonnummer 06 10 33 90 36 of via email: elkescholtelubberink@hotmail.com.

Wanneer inschakelen?

Agressie / geweld (verbaal of non-verbaal):

Onder agressie en geweld wordt verstaan: voorvallen waarbij een lid psychisch en/of fysiek wordt lastiggevallen, gemanipuleerd, bedreigd of aangevallen.

Intimidatie / seksuele intimidatie (ongewenste intimiteiten):

Intimidatie/seksuele intimidatie (of ongewenste intimiteiten) kunnen overal voorkomen, bijvoorbeeld op het werk, op school of in de kroeg. Dus ook bij de volleybalvereniging. Onder intimidatie/seksuele intimidatie wordt gedrag verstaan dat als ongewenst of gedwongen wordt ervaren. Het kan gaan om dubbelzinnige opmerkingen (verbaal), gebaren (non-verbaal) of fysiek (aanrakingen). Van een vervelend grapje tot aanranding en alles wat daar tussen zit. Intimidatie/seksuele intimidatie kan bijvoorbeeld voorkomen tussen volwassen sporters, maar ook tussen volwassenen en kinderen of tussen begeleider en sporter.

Taken en bevoegdheden van de Vertrouwenscontactpersoon:

Taken:

  • Eerste emotionele opvang, begeleiding en ondersteuning van degene met de klacht;
  • Het onderzoek of verhelderen van de klacht;
  • Begeleiding en/of ondersteuning bij eventuele indiening van een klacht.
  • Zorg en eventuele nazorg bij afhandeling van een klacht;
  • Zo nodig doorverwijzen naar hulpverleners;
  • De Vertrouwenscontactpersoon rapporteert één keer per jaar aan het Bestuur over het aantal klachten dat is binnengekomen. De inhoud van de klachten komt daarbij niet ter sprake.

Bevoegdheden:

  • Het instellen van een onderzoek naar het vermoeden van (het vóórkomen van) onder 1 en 2 genoemde onderwerpen op grond van een klacht, dan wel uit eigen waarneming;
  • Het bijstaan en adviseren van degene met de klacht, zonder dat de vertrouwenspersoon daarvoor toestemming behoeft van derden;
  • Het desgewenst bijstaan van degene met een klacht bij het indienen en behandelen ervan bij het Bestuur of anderszins (politie);
  • Het (anoniem) doorspelen van verkregen informatie naar het Bestuur. Van de bovenstaande bevoegdheden maakt de vertrouwenspersoon slechts gebruik met uitdrukkelijke toestemming van de klager;
  • Het op eigen initiatief interne en externe deskundigen kunnen raadplegen, bv personen of instellingen die zich bezig houden met de problematiek van de ongewenste intimiteiten.